Maandelijks archief: maart 2010

Adieu

Adieu, vaarwel, het is zo’n definitief woord. Het klinkt als tot nooit meer ziens en heeft dat ook wel in zich besloten. Feit is dat ik vandaag een beetje weemoedig Parijs ga verlaten en het voelt als voor altijd. Ik heb hier zeven weken met ontzettend veel plezier rondgelopen en de stad opgesnoven. Vooral voor mezelf, maar hopelijk ook voor andere daar leeswaardige verhaaltjes van opgeschreven. Zo heb ik gestalte gegeven aan een droom die ik had om ooit in Parijs te leven. Dat het maar zeven weken geworden zijn, het zij zo, ik tel mijn zegeningen en natuurlijk kan ik altijd terugkomen.

Nog een paar opmerkingen over Parijs wat niet verteld werd, maar mij toch wel erg opviel;

de vele zwart geblindeerde auto’s die, bij blik op de weg, gelijk aan de kant gezet zouden worden en door Koos Spee persoonlijk van de folie zouden worden ontdaan

de scooters of motoren met twee voorwielen wat zo handig is in de file, want ze vallen niet om

dat de auto’s en diezelfde scooters zo snoeihard rijden over de boulevards

de buschauffeurs die als je vriendelijk tegen de deur tikt, je op laten stappen waar het geen opstapplaats is, idem met uitstappen

de twee warme maaltijden per dag die geen enkele invloed op mijn broekband hadden

dat je hier al vanaf zestig jaar senior voordelen geniet

dat als je aangeeft Frans te willen spreken er geen enkele consideratie meer is en je geacht wordt het te spreken en te verstaan als je moerstaal

dat het warme, hartelijke mensen zijn. Binnen de kortste keren kende ik iedereen in mijn  trappenhuis en in mijn pleisterplaatsen wordt ik begroet en soms gekust alsof ik familie ben

dat ik nu net iemand heb leren kennen die me mee kon nemen naar Rungis. De grootste versmarkt van Europa.

Stof genoeg voor nieuwe verhaaltjes, maar nu even rust. Bloglezers van de Volkkrant lopen een paar verhaaltjes mis. Ik begon met bloggen op http://pietheingrootegoed.wordpress.com en stapte later over naar de Volkskrant. Ik wil ze nu niet als mosterd na de maaltijd hier alsnog publiceren, maar ze zijn daar te vinden. (febr. 2,9,10,17 en 19)

Voor Parijs hoop ik au revoir, tot ziens en voor mijn lezers, volgende week blog ik vanuit Engeland en doe dat alleen nog maar via de site van de Volkkrant http://www.vkblog.nl/groep/30/Bloggers_in_het_Buitenland . See you!

Arts et Métiers

In de wijk Belleville ligt een gelijknamig park op een heuvel, met een mooi panoramisch uitzicht over Parijs. Het heeft een klein openlucht theater en een spectaculaire kinderspeelplaats. Hierin kunnen ze klauteren en klimmen, verstoppen en de glijbaan naar beneden nemen. Een waarschuwing is op zijn plaats, vanaf zes jaar en de hellingshoek is 30 procent. Voorwaar een steile speelplaats.

Als ik het park verlaat staat er aan de kant van de weg een kleine auto waar zich een drama ontspint. Hij, ouder in groen colbert en een grijs gecoiffeerd hoofd waar geen haartje verkeerd zit, hoort haar aan. Zij, jonger, blond, druk gesticulerend en mascara huilstrepen onder haar zonnebril, vertelt dat ze het niet begrijpt. Het zal tot niets leiden. Wat moet ze ook met zo’n vent in een Smart.

Lijn 3 van de metro brengt je in het metrostation Arts et Métiers, dat is herschapen in de onderzeeboot Nautilus van kapitein Nemo. Zware roodkoperen beplating is tegen de gebogen wanden aangebracht met grote klinknagels. Zelfs de prullenbakken zijn uitgevoerd in zwaar koper. Patrijspoorten bieden zicht op kleine vitrines met wetenschap als onderwerp. Het verhaal van Jules Verne neemt je mee in de fantasiewereld die hier werkelijkheid lijkt te worden.

Boven de grond gekomen is daar het museum van techniek. Het voorstuk van een TGV baant zich een weg uit zijn gevel. Daar binnen grote lange zalen die de ontwikkeling van de techniek goed laten zien. Stoffig zijn ze wel, die apparaten, maar het zijn er dan ook zo veel en veelal zo groot. Het is van binnen een soort Teylers museum, minder oud, maar wel veel groter en zonder de prenten en de fossielen. Tijdwaarneming, maten en gewichten hebben hun aandeel in de expositie. Het uitstallen van de eenheid van een kilo, met een ijkgewicht van platinum achter een dun ruitje doet uitnodigend aan voor een gilde, dat in dit museum niet aan bod komt. Veel modellen van de industriële ontwikkeling. Er is maar weinig wat je eigenhandig in beweging kan zetten, terwijl alle raderen bij de machinerieën daartoe hun tanden zo mooi in elkaar zetten.

Een bus zet mij af bij de Pont Neuf, in tegenstelling tot de naam, de oudste brug van Parijs. Je kunt bijna spreken van het groene hart hier op de Quai de Mégisserie, winkel na winkel is een tuinwinkel, met potten en planten op de stoep en heerlijke geurende bloemen. Alles is hier groen, met daartussen een dierenwinkel. Honden, katten en rongeurs, knaagdieren. Geen ouder met kinderen die hier zomaar voorbij kan lopen. Allemaal moeten ze mee naar binnen om de baaltjes wol op pootjes te bekijken.

De zon schijnt en het terras nodigt uit. Met opgerolde mouwen zit ik naast een man in T-shirt, met vol getatoeëerde armen. Hij eet een bordje patat met ketchup. Er staat een kopje koffie op zijn tafeltje en een broodje ham/kaas. Dan ben ik getuige van een nieuwe culinaire creatie. Hij klapt het broodje open en voorziet beide helften kaas van ketchup, daarna gaat er een patatje of acht tussen en hij klapt het broodje dicht. Het smaakt hem uitstekend zo te zien.

La Défense

La Défense, zo’n beetje het uiterste puntje van Parijs waar je met een gewoon metrokaartje nog kunt komen. Als je uit het winkelcentrum bij het metrostation boven de grond komt, ben je omringd door wolkenkrabbers. Natuurlijk is daar de Grande Arche, die keurig op de zichtas van de Arch de Triomphe staat, maar rondom deze enorme blokkendoos met een kijkgat, staan ettelijke blikvangers. Spectaculaire architectonische hoogbouw, die met elkaar wedijveren om de hoogste te zijn. Allemaal zullen ze het verliezen van alweer een hogere kolos in aanbouw. De voormalige Axa toren wordt geheel gerenoveerd en met 66 verdiepingen verhoogd. De herdoopte Tour CB31 meet dan 225 meter.

In de Grande Arche gaan vier glazen capsules als liften onophoudelijk op en neer in de vrijstaande constructie. Ze doen dat zonder tussenstop naar het 110 meter hoger gelegen eindstation en verdwijnen daar als in de buik van een spaceschip. Het gebeurd vrijwel geluidloos en heeft daardoor een hoog sciencefiction gehalte. Daarboven is een tentoonstelling over computers te zien en natuurlijk het uitzicht. Dat valt tegen, rondlopen op het dak is er niet bij en er is maar een klein bordes om over uit te kijken. Het is dan wel in de richting van de Arc de Triomphe. Binnen draait een gedateerde film over de bouw van dit technisch hoogstandje. Ontworpen voor een uitgeschreven wedstrijd in 1983 door de onbekende Deense architect von Spreckelsen. Het goed uitspreken van zijn naam wil in deze Franse film niet erg lukken.

Eenmaal weer beneden is het vanuit hier een prettige wandeling tussen al deze hoogbouw richting Arc de Triomphe. Het middengedeelte in la Defense is als park ingericht en draagt de naam Esplanada du General de Gaulle. Het is er stil, want verkeer ontbreekt en buiten het lunchuur zitten de mensen achter hun bureau. Het zijn er ook maar enkelen die buiten aan de voet van de torens staan te roken. Van de bovenste verdiepingen zullen ze zeker niet komen. Het wandelt tussen de bomen en struiken heuvelafwaarts en uiteindelijk kun je de Seine zelfs oversteken. In het midden daarvan ligt een eilandje. Vanaf de brug kun je met de trap afdalen naar het hierop gelegen park en heb je goed zicht op de roeiers in deze snel stromende rivier. Ze vertrekken van een jaloersmakend mooi clubhuis. Woonboten liggen hier langs de oever, maar ook een drijvend kantoor van het Leger des Heils.

Ik neem de bus om rond te zien in de buitenwijk Neuilly-sur-Seine. Wat opvalt is de minder hoge bebouwing, maar verder is er weinig te zien bij deze woonblokken. De post wordt ook hier rondgebracht in krakende en piepende karretjes waar de ergonomie aan voorbij is gegaan. 

Met een andere bus ga ik door het centrum terug naar huis. Daar beland ik in een immense demonstratie van duizenden leerlingen, ouders en onderwijzend personeel. Ze trekken vrolijk zingend en joelend langzaam voort over de Boulevard du Temple en maken duidelijk dat het over moet zijn met de uitholling van het onderwijs en een dreigend banenverlies.

Montmartre

Vlak voor de Place de Clichy is een drukke kruising met de Boulevard de Clichy. De straat ligt hier in het midden open en is afgezet. Een vorkheftruck rijdt daarin heen en weer. Zijn tuut, tuut, tuut, alarmerend als hij achteruit rijdt en dat gebeurd vaak. Op deze kruising perst het verkeer zich samen om de versmalde boulevard in te rijden. Op de stoep, voor het terras een druk geloop van passanten. Een lange groep kwetterende schoolkinderen trekt onder begeleiding voorbij. Een vrouw met een boa over de arm, misschien op weg naar een auditie. Verderop is de Moulin Rouge, maar zij heeft voor deze show de UVD al lang overschreden.

In de wijk Montmartre is het op maandagochtend rustig. De winkels zijn nog gesloten en het beeld doet denken aan de chanson Paris s’éveille, Parijs wordt wakker, van Jacques Dutronc, getrouwd met Francoise Hardy. Ja, dat waren nog eens tijden in de 60er jaren om mee wakker te worden. Onderaan de trappen van de Sacré-Coeur kun je kiezen om met de Finiculaire omhoog te gaan. Dit kabeltrammetje brengt je gerieflijk het schuine pad omhoog, naar beneden trouwens ook. Je ontwijkt daarmee gelijk de vele veterverkopers die jou een geluksarmbandje om willen vlechten.

De basiliek wordt massaal bezocht en anders dan de Notre Dame mogen hier binnen geen foto’s gemaakt worden. Oplettende ouderlingen zien daar op toe en hun stemmen schallen regelmatig hun waarschuwingen. Voor het afnemen van de petjes, klutjes en hoeden is dat meer dan idioot terecht in deze sacrale omgeving.

De kerk uit en richting het plein passeer je eerst de fuik van sneltekenaars die, sur place een al dan niet gelijkend portret van je willen maken. Hen gepasseerd kom je op het centrale hart van Montmartre, het plein met al zijn kunstschilders.

Ik vermoed hier een conglomeraat, dat onder leiding van Chiu Tak-Hak doeken laat fabriceren in China en deze dan door als kunstschilders verklede acteurs op het plein aan de man brengt. Het zijn er gewoon te veel, de deurtjes, de begroeide geveltjes. Een Parijs dat er allang niet meer is wordt hier aan de man gebracht. Al de toeristen trappen er in. Oh ja, net echt, precies, zo is ‘t en ze nemen het mee om hun romantisch beeld van Parijs vervolgens in de badkamer op te hangen. Maar de heren staan er niet voor niks. De door hen gepachte grond van de Gemeente Parijs moet wel wat opleveren en de genoteerde droomprijzen kunnen snel tot realiteit worden teruggebracht. Ik plaats een bestelling en kan het donderdag ophalen. Made in China.

Terug naar Parijs, als je het daar verondersteld wanneer het onder aan de heuvel van de kerk ligt. In de winkelstraat wordt balletje, balletje gespeeld. Iets minder oud dan het oudste beroep in deze wijk, wordt het verbazend veel gespeeld met slachtoffers als konijnen in het lamplicht. Ik maak een foto en gelijk staan er drie man dreigend om me heen te schreeuwen en te duwen. Ik maak me groter dan ik al ben en weet me gesterkt doordat ik hun foto heb, mocht het onverkwikkelijk worden. Maar ze druipen al snel af terug naar hun slachtoffer, die nog steeds verblindt bij het provisorische tafeltje staat te wachten.

Bercy

Verkeerd ingelicht zwerf ik door Parijs op zoek naar een museum van kermisattracties. In het 15e arrondissement is het in ieder geval niet te vinden. Wel beland ik op een gezellige brocante, een rommel markt. Lange rijen kramen aan beide zijden van de straat, met veel dingen die ze graag voor antiek laten doorgaan. Snuisterijen, sierraden, maar ook design aan meubelen en verlichting. Informeren naar het bewijs van de echtheid voor twee dezelfde Karel Appel zeefdrukken lijkt me weinig zinvol. Het zal waarschijnlijk later blijken, dat ik hier mijn kans gemist heb om een slag te slaan. De informatie over het museum bijgesteld neem ik de metrolijn 14 naar Bercy. Met deze lijn kun je je even machinist wanen door voorin plaats te nemen. Het is een metrostel dat het zonder bestuurder doet en volledig geautomatiseerd is. Achter de grote ruit schiet je de donkere tunnel in op weg naar een lichtpuntje in de verte.

Ik stap uit bij Cour St-Émillion en beland in Bercy Village, dat is een klein winkelcentrum gehuisvest in gerestaureerde wijnpakhuizen. Het aanbod aan winkels is niet erg groot, maar de restaurants zitten aardig vol en met het straattheater is het een gezellig centrum. De met kinderhoofdjes belegde straat eindigt aan één kant in een mega bioscoop. Dit verklaart ook wel grotendeels de drukte hier. Achter het centrum ligt dan les Pavillons de Bercy. Hier ook oude wijnpakhuizen in een vierkant bij elkaar. Het museum met de kermisattracties is hierin opgenomen. Weer wordt mijn informatie bijgesteld. Het museum is alleen op afspraak met een groep te bezichtigen en zeker niet vandaag, want het hele complex is afgehuurd voor de promotie van het één of ander.

Ik wandel terug en ga door het park van Bercy richting Seine. De brede voetgangersbrug nodigt uit tot een oversteek. Aan de andere kant ligt het zwembad, met de beroemde naam, Josephine Baker afgemeerd. Staande aan de kade, kun je zo door de glazen overkapping van dit zwembad in een schip, naar binnen kijken. Het lijkt net alsof de mensen in de Seine zwemmen, omdat het waterniveau op gelijke hoogte is.

Terug over de brug loop ik in de richting van het sportpaleis. In het park zijn tal van sportactiviteiten aan de gang. Heel wat wandelaars blijven staan bij de skatebaan om naar de trick’s van de jongeren te kijken. Alles op wieltjes wordt hier door hen gebruikt op deze aangelegde baan, met halfpipes en plateaus. Ze doen niet voor elkaar onder en jutten elkaar flink op, wat tot een aardig spektakel leidt, met zelfs een salto achterover.

Op de trappen van het sportpaleis van Bercy is het een ander volk. Je waant je in een banlieu als je langs de groepen jongeren loopt die hier rondhangen. Voor hen geen skatebaan, maar de trappen van dit stadion om met hun wieltjes aan de gang te gaan. Meisjes staan stoned te wiegen op de muziek uit hun IPod en de jongens krijgen hun skateboard niet onder controle.

Grote concerten worden hier gegeven, maar als ik de metro inloop, kom ik alleen maar aanplakbiljetten tegen voor het concert in Olympia van Wouter Otto Levenbach, beter bekend als Dave. A touch of Dutch.

Saint-Eustache

Het Centre Pompidou, je mag het natuurlijk niet missen. Dit binnenste buiten gekeerd gedrocht middenin Parijs heeft weer een paar afdelingen gesloten voor renovatie. Daardoor is veel van de collectie niet te zien, wat jammer is. Via de buizenpost langs de gevel van het gebouw ga je met de roltrappen naar boven. Ingenieus is de wasinstallatie voor deze buizen, die als een karretje uit de achtbaan aan een ketting omhoog getrokken wordt. Eenmaal boven heb je al snel spijt, als je al geluncht hebt wanneer je het restaurant hier ziet. Een besloten terras op het hoogste punt en heerlijk in de zon vandaag.

Gemist in Den Haag, dan is hier de overzichttentoonstelling van Lucian Freud nog een keer te zien. Indrukwekkend zijn de naakten in al hun frontale blootheid. Dichterbij lijkt de verf soms van de huid van de modellen af te rollen en er zit een glinstering in. Fascinerend hoe hij het effect teweeg brengt. Wat ook opvalt is, dat deze kleinzoon van, briljant kleur kan maken. Het koper van een bed, het groen van de planten, fenomenaal.

Daar waar Rue Turbigo en Montmartre samenkomen, ligt een prachtige kerk. De Saint-Eustache. Hij is groot, met zijn bogen en steunberen en door de imposante entree met pilaren maakt hij een voorname indruk. Het plein daarvoor geeft extra allure. Het is bijna een stiltegebied hier. De tuin ligt bovenop het ondergrondse winkelcentrum. De aanzet naar die tuin is trapsgewijs opgebouwd en op die treden is het goed zitten. Er wordt gevoetbald en het beeld op het plein, een liggend gezicht met een beschermende hand, nodigt kinderen uit erin te klimmen en zich zo te verstoppen. Een Belgische groep vijftigers strijkt neer en showt elkaar de gekochte kleren. Een foto moet gemaakt worden en als een dompteuze laat ze iedereen op een rij plaatsnemen. Daarna duurt het ook nog lang voordat iedereen op de juiste manier zit en de goede kant opkijkt. Eindelijk wordt de foto dan gemaakt. Als ik het van haar overneem, zodat de groep kompleet is, merk ik dat het nog een camera met een filmrolletje is. Ja, dan schiet je niet zo maar raak.

In het winkelcentrum het Franse equivalent aan Blokker, Douglas en Kruidvat. Er is ook een druk bezocht zwembad, waar mensen ondergronds hun baantjes trekken. Een biljartzaal met acht tafels waar om twaalf uur nog geen belangstelling voor bestaat en een megabioscoop met 22 zalen.

In het straatje verderop een keur aan restaurants, met mooie terrassen. Loop je wat verder dan is daar de winkel van Dehillerin. Het is een soort van der Pigge uit Haarlem, maar dan in een andere branche. Keukenartikelen. Alles hangt aan plafond of wand, of het zit in doosjes gestopt, of het moet uit de kelder komen. Het is er propvol en alles even stoffig. Het antwoord op mijn vraag wat een artikel uit de etalage moet kosten blijven ze wel een minuut of tien schuldig. Er wordt gezocht, er wordt gekeken, gebladerd in boeken, over en weer geroepen en uiteindelijk is daar het antwoord. Het blijkt dat deze buurt vergeven is van de keukenzaken en ook minder stoffige. Ik kom er nog vier tegen in een straal van honderd meter.

Musée d’Orsay

In Musée d’Orsay zijn wat nieuwe dingen gaande. Allereerst is daar het verbod om te fotograferen. Deze week ingegaan tot verdriet van het publiek, die altijd wel een mooi plaatje wilde schieten van de enorme klok die hier in het voormalig station hangt. Navraag leert dat het om een proef van drie weken gaat. Ja, ja. De proef zal leren dat de verkoop in de museumwinkel met sprongen omhoog gaat en dan lijkt de uitkomst van de evaluatie wel duidelijk. Verder zijn er twee nieuwe tentoonstellingen van start gegaan. Die van Meijer de Haan. Een Nederlandse schilder, geboren in 1852 in Amsterdam, waar hij vooral bekend werd met zijn portretten. Veel later in zijn leven gaat hij naar Parijs en daar wordt bevriend met Gauguin. Ze trekken samen op en werken met elkaar. Dat heeft een grote invloed op zijn schilderen en levert kompleet andere schilderstukken op. Met die ontwikkeling doet hij recht aan de ondertitel van de expositie, namelijk De verborgen meester.

Beneden dan de grote tentoonstelling Misdaad en straf. Hier kun je echt niet vrolijk van worden. Het begint al met de opstelling van een authentieke guillotine. Met zwarte voile bedekt zet het de toon voor deze expositie. Hel en verdoemenis wordt gepredikt en zichtbaar gemaakt met grote doeken van bv. de moord op Marat in 1793. Dat de daders hun straf niet zullen ontlopen en welke straf dat kan zijn wordt zichtbaar met doeken van o.a. Warhol en zijn Big Electric Chair, of van eigen bodem, Carel Willink met zijn Executie waar het mechanisme van het valluik onder de galg opvalt.

De tentoonstelling eindigt met een heel groot doek van David Lynch. Hierop is een man met een mes te zien die een vrouw dreigend vraagt, net als de titel van het werk; Do you want to know what I really think haar antwoord is no, maar als je tentoonstelling uitloopt, weet je dat hij er definitief een eind aan gaat maken.

Tegenover de ingang van het museum ligt een ander vrij onbekend museum. De portier nodigt je vriendelijk uit om eens een kijkje binnen te nemen. Het is geheel gewijd aan wat wij een lintje noemen. Alle mogelijke soorten onderscheidingen worden hier tentoongesteld. Eremedailles, grootkruizen en gedenkpenningen, het ligt of hangt er allemaal. Wat hier aanspreekt is de lijst met mensen die het Légion d’Honneur in één van de vijf rangen kregen. B.v. Hella Haasse, Liesbeth List en de net overleden Hans van Mierlo traden toe tot dit erelegioen.

Ik loop naar de kade bij de Seine en steek de rivier over bij de voetgangersbrug, de Passerelle de Senghor. Het is een slim ontworpen brug. Links en rechts lopend kom je aan weerszijden van de Seine op het hoge kadegedeelte uit. Het middengedeelte van de brug buigt op een gegeven moment steiler door en gaat dan over in de treden van een trap. Hiermee kom je op de lager gelegen eigenlijke kades terecht. Je loopt dan zo, onder de weg door, de tuinen van de Tuilerieën in. Op de brug, aan het hek, honderden hangsloten van stelletjes, die met het weggooien van de sleutel hier hun liefde bezegelden.

Restaurant

Via via kom ik terecht op de site van de Nederlandse vereniging voor Parijs. Iets om te onthouden voor andere wereldsteden. Ook daar zijn natuurlijk van die clubs. Maar ik dwaal af. Bij hun activiteiten lees ik waar ze achteraf gaan dineren. Geen betere culinaire tip denkbaar dan van mensen die hier elkaar al jaren de bal toespelen. Ze eten in restaurant Breteuil, dat deel uitmaakt van een keten van zeven restaurants, allen met hun eigen naam, maar te vinden onder Bistro et Cie. Ze werken met een formule en dan niet de formule die je hier met de lunch overal vindt. Voorgerecht en hoofdgerecht of hoofdgerecht en dessert tegen een vaste lage prijs. Nee, de formule hier houdt in een aperitief van het huis, voorgerecht, hoofdgerecht en dessert. Je krijgt daarbij een hele fles prima wijn naar keuze aangeboden en koffie na. Alles inclusief voor de formuleprijs. Ik vrees dat ik na dat alles naar huis zal stuiteren. Op het Internet is de menukaart al te bekijken, met daarop originele en mooie gerechten. Ik begrijp waarom de Nederlandse club daar gaat eten. Rond half negen ben ik net op tijd voor een mooi plaatsje, waar ik het restaurant aardig kan overzien. Daarna loopt het al snel vol en om negen uur kan er geen mens meer bij in dit ruime restaurant, met aangebouwde serre.

Het is een leuke tent met aardig personeel en beschaafd publiek. Rechts van mij zit een ouder Engelstalig stel dolverliefd op elkaar te wezen. Handjes vasthouden, diep in de ogen kijken en een sprankelende conversatie, zoals je die bij jarenlang getrouwden niet meer gauw hoort. Leuk, want tegenover me zit zo’n getrouwd echtpaar met wel 25 streepjes op de lat. Er wordt weinig gesproken en wat gezegd wordt is niet altijd even vriendelijk. Zij heeft mooie handen, maar wangen die haar leeftijd verraden.

Bij de bar is het geluid van getrokken kurken ondertussen niet van de lucht. Het zal mede door het overvloedig drankarrangement komen, dat het binnen korte tijd een sfeervolle feesttent is. Iedereen is vrolijk, behalve het paar tegenover me. Ze zoekt wanhopig oogcontact en steun voor dit uitgebluste huwelijk. Maar ik heb geen behoefte om mijn fles wijn te gaan delen en trouwens, de lege stoel aan mijn tafeltje is al verhuisd naar de tafel naast mij. Daar zitten nu acht heren nog aan het aperitief, die actief zijn in de assurantie, zoals ze mij vertellen. Er is er één jarig en het wordt nog net niet gezongen door hen. Aan de andere kant van mij zitten twee echtparen gezellig te tafelen. Beide heren hebben, wat de Engelsen zo mooi noemen, een potbelly, een buikje. Handig om daar tussen de gangen door, een beetje onderuitgezakt, je gevouwen armen op te leggen. Ze hebben intussen hun truien uitgetrokken en zitten klaar voor het hoofdgerecht.

Het eten is geweldig en als ik zo om me heen kijk gaan alle bordjes leeg terug, richting spoelkeuken. Ook aan het dessert is veel zorg besteed. Mijn Iced Grand-Marnier Soufflé is een mooie finale, met alweer drank. Ik heb zelden zo gelachen in mijn eentje op weg naar huis.

William Turner

De lucht is grijs, de stoepen en de straat zijn drijfnat zonder dat het regent. Om de hoek is de verklaring. Een grote tankauto rijdt langzaam door de straat en naast hem loopt een man met een hogedruk lans alles schoon en drijfnat te spuiten. De linkerkant is al gedaan en na een rondje zijn ze nu met de rechterzijde bezig. Het ruikt en oogt fris. Sowieso hebben de Fransen iets met water en schoonmaken. In de hogere straten van Parijs zie je soms in de trottoirrand iets wat lijkt op een gietijzeren straatput, maar wat het niet is. Er zit een kraan in, die eenmaal geopend met een speciale sleutel, een stroom van water de goot in laat lopen. Daar ze altijd op het hoogste punt van de straat zitten, loopt dat water maar één kant op en neemt het vuil mee. Al dan niet geholpen door een gemeentewerker met straatbezem.

Onder de kerk op de Place de Madeleine is in het souterrain een kleine fototentoonstelling, met als onderwerp de Solovki eilanden in de Witte Zee bij Rusland. Slavische klanken van een Kozakken koor lokken passanten naar binnen. Prachtige, vooral winterse beelden van o.a. het Russisch Orthodox klooster op het eiland. Daarnaast wordt het verhaal verteld wat deze mooie beelden ook zo grimmig maakt. Namelijk dat hier in 1926 met een decreet van Lenin een Goelag gevestigd werd. Brieven en enkele zwart/wit foto’s getuigen van dit strafkamp, dat vlak voor de tweede wereldoorlog gesloten werd.

Van hier is het maar een korte wandeling naar de andere kant van de Champs Élysées, waar in het Grand Palais de tentoonstelling van de Engelse schilder William Turner te zien is. Buiten voor de ingang vele afzetlinten, die de toestroom van bezoekers in goede banen moeten leiden. Rond twee uur zijn die niet meer nodig. Wat blijkt, iedereen is al binnen en niemand verlaat het pand meer. Je moet wel het geduld van een slak hebben, om te kunnen genieten van de mooie werken die hier hangen. Er is geen doorkomen aan, laat staan dat je eens rustig voor een schilderij kunt pauzeren om het beter te bekijken. Je wilt een ander het zicht ook niet ontnemen. De kringloop van werken die op deze manier de wereld overgaan, lijkt meer op een moneymachine voor de musea, dan dat er van werkelijk kijkgenot voor het publiek sprake kan zijn. Het idee is mooi, om de vele doeken van Turner te kunnen vergelijken met zijn voorbeelden. Maar het laat nu ook zien dat Turner het trucje met het licht in het midden van het schilderij wel vaak herhaalde. Dat is iets wat niet opvalt, als een werk van hem ergens in een museum alleen hangt. Daar heb je dan ook meer kans, dat je er even alleen van kan genieten.

In de museumwinkel is het bedoeld druk. In het Engels is er alleen een kostbaar boek over Turner, alle andere boeken zijn in het Frans. Een Engels echtpaar koopt los van elkaar hetzelfde kostbare boek. Hij moet van haar terug naar de kassa met zijn boek. Mokkend geeft hij daaraan gehoor.

le Monde

Lijn zes van de metro is een druk traject. Het loopt grotendeels bovengronds over een viaduct. In het 13e arrondissement doorklieft het de hoogbouw van flatwoningen. Bij station Corvisart loopt de lijn langs het gebouw van de krant le Monde. Het heeft een hoge en brede glasgevel met daarop een fresco die de vrijheid van pers met twee duiven mooi verbeeld.

Vlakbij is een bakker met een restaurantje voor een eenvoudige lunch en een moeilijk te kiezen dessert uit de vele gebakjes. Er zitten, zo te zien al drie journalisten aan een werklunch. Een keurige maar vinnige dame zonder jas, een oudere morsige heer en een leergierige aankomend journalist. De heren houden hun jassen met capuchon en bontrand aan, terwijl ze eten en soms achterovergeleund de wereldpolitiek met elkaar bespreken. Achter hen, een heer in keurig blauw kostuum. Hij neuriet soms zachtjes voor zich uit. Het is zijn wekelijkse uitje sinds de dood van zijn vrouw. Zij had hem zo de straat niet op laten gaan. De boord van zijn overhemd is volledig doorgesleten. Hij neemt een kopje koffie na, trekt zijn winterjas aan en met wandelstok en opgewekt humeur keert hij huiswaarts.

Van ver komt een oude vrouw hem tegemoet, aan de riem een hondje die een warm rood dekje draagt. De vrouw loopt moeilijk, het hondje strompelt. Met lieve zachte rukjes aan de riem vorderen ze traag. Wie zal wie overleven. Voor het hondje hoop je op de vrouw.

De journalisten vertrekken en de dame rekent alles af. Onder het viaduct wordt gebasketbald door een groepje jongens. Ze proberen veelvuldig met een afstandsschot achterwaarts te scoren. Tijdens de lunch is dat niet gelukt.

Een paar stations verder kun  je uitstappen om langs de kade van de Seine naar de enorme Bibliothéque nationale de France te lopen. Daar is wat ruimte voor vrijgemaakt door voormalig president François Mitterrand. Vier tachtig meter hoge L-vormige kantoortorens verbeelden op iedere hoek een opengeslagen boek. Tussen deze torens een enorme binnentuin met aangeplante dennen. Aan de kant van de Seine traptreden en een groot dek van hardhout. In het zonnetje is het hier prettig zitten met een goed uitzicht op  de mooie en slim ontworpen voetgangersbrug, met de naam Passerelle Simone de Beauvoir.

Binnen is het sereen stil. Met een kaartje voor een dag kun je je hier uitleven. De studiezalen hebben een letter van het alfabet en zijn ingericht op onderwerp. Met de barcode van het kaartje laat het tourniquet je door in de zaal van je keuze. Eén van de bibliotheekmedewerkers laat weten welke studieplaats met computer vrij is en helpt bij het vinden van de juiste boeken. Grappig is het, als de medewerker doorklikt op zijn eigen scherm en er even een krantenartikel  met actiefoto van zijn voetbalclub verschijnt. Het ontlokt hem een pardon en een verontschuldigend lachje. De boeken op nummer kun je dan zelf uit de kasten halen. Daarmee kun je je aan de leestafel zetten en in de geriefelijke stoel beginnen met je studie.