In de wijk Belleville ligt een gelijknamig park op een heuvel, met een mooi panoramisch uitzicht over Parijs. Het heeft een klein openlucht theater en een spectaculaire kinderspeelplaats. Hierin kunnen ze klauteren en klimmen, verstoppen en de glijbaan naar beneden nemen. Een waarschuwing is op zijn plaats, vanaf zes jaar en de hellingshoek is 30 procent. Voorwaar een steile speelplaats.
Als ik het park verlaat staat er aan de kant van de weg een kleine auto waar zich een drama ontspint. Hij, ouder in groen colbert en een grijs gecoiffeerd hoofd waar geen haartje verkeerd zit, hoort haar aan. Zij, jonger, blond, druk gesticulerend en mascara huilstrepen onder haar zonnebril, vertelt dat ze het niet begrijpt. Het zal tot niets leiden. Wat moet ze ook met zo’n vent in een Smart.
Lijn 3 van de metro brengt je in het metrostation Arts et Métiers, dat is herschapen in de onderzeeboot Nautilus van kapitein Nemo. Zware roodkoperen beplating is tegen de gebogen wanden aangebracht met grote klinknagels. Zelfs de prullenbakken zijn uitgevoerd in zwaar koper. Patrijspoorten bieden zicht op kleine vitrines met wetenschap als onderwerp. Het verhaal van Jules Verne neemt je mee in de fantasiewereld die hier werkelijkheid lijkt te worden.
Boven de grond gekomen is daar het museum van techniek. Het voorstuk van een TGV baant zich een weg uit zijn gevel. Daar binnen grote lange zalen die de ontwikkeling van de techniek goed laten zien. Stoffig zijn ze wel, die apparaten, maar het zijn er dan ook zo veel en veelal zo groot. Het is van binnen een soort Teylers museum, minder oud, maar wel veel groter en zonder de prenten en de fossielen. Tijdwaarneming, maten en gewichten hebben hun aandeel in de expositie. Het uitstallen van de eenheid van een kilo, met een ijkgewicht van platinum achter een dun ruitje doet uitnodigend aan voor een gilde, dat in dit museum niet aan bod komt. Veel modellen van de industriële ontwikkeling. Er is maar weinig wat je eigenhandig in beweging kan zetten, terwijl alle raderen bij de machinerieën daartoe hun tanden zo mooi in elkaar zetten.
Een bus zet mij af bij de Pont Neuf, in tegenstelling tot de naam, de oudste brug van Parijs. Je kunt bijna spreken van het groene hart hier op de Quai de Mégisserie, winkel na winkel is een tuinwinkel, met potten en planten op de stoep en heerlijke geurende bloemen. Alles is hier groen, met daartussen een dierenwinkel. Honden, katten en rongeurs, knaagdieren. Geen ouder met kinderen die hier zomaar voorbij kan lopen. Allemaal moeten ze mee naar binnen om de baaltjes wol op pootjes te bekijken.
De zon schijnt en het terras nodigt uit. Met opgerolde mouwen zit ik naast een man in T-shirt, met vol getatoeëerde armen. Hij eet een bordje patat met ketchup. Er staat een kopje koffie op zijn tafeltje en een broodje ham/kaas. Dan ben ik getuige van een nieuwe culinaire creatie. Hij klapt het broodje open en voorziet beide helften kaas van ketchup, daarna gaat er een patatje of acht tussen en hij klapt het broodje dicht. Het smaakt hem uitstekend zo te zien.

